1.1 Wat is angst?

 

Leven in een tijdperk van angst

We leven tegenwoordig in een tijdperk van angst. Ruim 19% van de bevolking lijdt ooit in zijn leven aan een angststoornis. Een nog groter percentage herkent zich in het hebben van angst en spanningsklachten.

Gevolgen van angst

Wanneer je hiermee te maken hebt, heeft dit meestal behoorlijke gevolgen. Zo kan het zijn dat je niet meer goed in staat bent om je werk te doen, een sociaal leven op te bouwen, te reizen of stabiele relaties op te bouwen. Mogelijk vermijd je zaken als het bezoeken van bepaalde plekken of mensen of durf je bepaalde activiteiten niet te ondernemen. Soms raak je misschien zelfs geïsoleerd en kom je je huis niet meer veel uit. Een angst of angststoornis heeft dikwijls verregaande gevolgen. Het is niet ongewoon dat men hiermee in een opname op een PAAZ-afdeling van een ziekenhuis of andere kliniek terechtkomt. Paniek kan immers zo overweldigend en bedreigend aanvoelen dat het lijkt alsof we niet meer kunnen functioneren.

 

Angstsymptomen

Bij angst en paniek hebben we vaak last van diverse symptomen. Dit komt omdat ons lichaam sneller dan snel in paraatheid moet worden gebracht en er dus allerlei processen worden geactiveerd. Zo gaat ons hart sneller kloppen om meer bloed naar de spieren, hersenen en andere vitale organen te pompen. Dit zorgt ervoor dat je spieren meer zuurstof en energie krijgen, zodat je snel kunt reageren. De ademhaling wordt oppervlakkiger en sneller om meer zuurstof binnen te krijgen. Dit helpt om de spieren van voldoende zuurstof te voorzien, wat cruciaal is als je moet vechten of vluchten. Spieren spannen zich aan, vaak onbewust, als voorbereiding om in actie te komen. Dit kan leiden tot trillingen of een gevoel van spanning in het lichaam. Het lichaam vertraagt of stopt tijdelijk de spijsvertering om energie te besparen voor essentiële functies zoals beweging en concentratie. Bloed wordt omgeleid van minder vitale organen, zoals de huid en het spijsverteringsstelsel, naar de spieren en hersenen. Dit kan leiden tot een bleke huid en koude handen of voeten, maar ook tot duizeligheid of een licht gevoel in het hoofd.

De meest voorkomende symptomen zijn de volgende:

  • bonzend hart, overslaand hart of hartkloppingen;
  • beklemmend gevoel op de borst;
  • zweet breekt uit, klamme handen;
  • trillen / beven;
  • kortademig of moeilijk ademen (hyperventileren);
  • gevoel van stikken of een brok in de keel;
  • misselijkheid, maagpijn of plotselinge diarree;
  • duizeligheid, onvast op de benen, licht gevoel in het hoofd (bang om flauw te vallen);
  • de omgeving als vreemd ervaren (derealisatie);
  • zichzelf als vreemd ervaren of gevoel van onwerkelijkheid (depersonalisatie);
  • angst om gek te worden of de controle te verliezen;
  • angst om dood te gaan of ‘iets’ te krijgen (hartinfarct, hersenbloeding, kanker);
  • verdoofd gevoel of tintelingen in bijvoorbeeld handen of lippen (rond de mond);
  • warme opvliegers of koude rillingen.

 

Wat is angst?

Om dit goed uit te kunnen leggen, moeten we eerst teruggaan naar prehistorische tijden. Daar leefden onze voorouders in omstandigheden vol met levensbedreigende gevaren zoals roofdieren, honger, giftige planten, vijandige buren, ziekten, verdrinking, enz. Om in die tijd te kunnen overleven, was het van belang om eigenschappen te hebben die gericht waren op het overleven van al deze bedreigingen. Angst speelde hierin verreweg de belangrijkste rol. Angst is namelijk een emotie die je helpt te reageren op gevaar. Het lichaam raakt in opperste staat van paraatheid en maakt zich zo gereed om te kunnen vechten of vluchten. Zonder angst overleefde je het niet. En dus is angst daarbij een groot en noodzakelijk goed geweest dat we van de evolutie hebben gekregen.

Angst in de moderne tijd

Als we kijken naar het heden, een tijd waarin we van alle gemakken zijn voorzien, zien we dat onze ontwikkeling allesbehalve stil heeft gestaan. De meeste bedreigingen waar onze voorouders mee te kampen hadden, zijn tegenwoordig geen reële bedreiging meer. Waar deze angsten voorheen dus functioneel waren, zitten we nu nog altijd met deze overlevingsinstincten en is de evolutie als het ware blijven steken. De moderne samenleving is in de afgelopen 10 tot 20 duizend jaar zo snel veranderd dat de evolutie dit niet heeft kunnen bijbenen. En dus zitten we nu opgescheept met een biologisch apparaat waar ‘software’ in zit die eigenlijk niet meer up-to-date is. We zijn dus in wezen met name geprogrammeerd om te overleven. Hiervoor zijn natuurlijk niet alle leuke dingen in het leven of zaken die ons gelukkig maken of ontspanning geven van belang. We zullen ons vooral bezighouden met bedreigingen. Het lijkt wel alsof onze intelligentie voortdurend bezig is met het vinden van nieuwe dingen om over in te zitten. We zijn soms enorm vindingrijk als het gaat om rampscenario’s bedenken. Steeds maar weer zijn we bezig met de toekomst, wat er allemaal fout kan gaan, hoe we voor schut zullen staan, ziek gaan worden, flauwvallen, zakken voor examens, en noem maar op. Op een bepaald moment vragen we ons zelfs af of we misschien iets mankeren; hebben we het gevoel dat we gek worden; of nog erger, zijn we bang dat we het niet eens meer in de gaten hebben als dit zo was. Het gaat maar door en door. Alsof we het niet uit kunnen zetten. Al onze energie en aandacht stoppen we erin. Onbedoeld, maar we doen het toch. Voor we het in de gaten hebben, zitten we vast in een vicieuze cirkel.

Evolutionaire oorsprong van angst

Onze angsten hebben dus ooit een bepaalde overlevingswaarde gehad. Ga maar eens na waar jij angstig voor bent. Je zult zien, en misschien moet je even goed zoeken, dat ook jouw angst hiervan afstamt. Bijna al onze moderne angststoornissen functioneerden oorspronkelijk namelijk als een overlevingsmechanisme. Neem bijvoorbeeld de dwangstoornis. Mensen met een dwangstoornis kunnen een extreme angst hebben voor besmetting met bacteriën. Tot voor kort waren onze voorouders uiterst vatbaar voor allerlei besmettelijke ziekten die vaak dodelijk waren. Of mensen die dwangmatig alles moeten bewaren en niets kunnen weggooien: in een primitieve omgeving, waar weinig te verkrijgen was, was dit erg functioneel. Of neem eens de obsessieve angst dat je jezelf niet meer in de hand kunt houden en gewelddadig wordt. In de oertijd gold dit waarschijnlijk als een normale voorzichtigheid. Agorafobie (angst voor open ruimtes) houdt vrijwel zeker verband met het gevaar te worden aangevallen door bijvoorbeeld een roofdier als je in een open veld liep. Posttraumatische stress is zeker ontstaan om ons uit de buurt te houden van gevaren waar we eerder getuige van zijn geweest of bijna slachtoffer van zijn geworden.

Angst als biologische erfenis

En dan is het natuurlijk heel erg voor de hand liggend dat emetofobie, jouw angst om over te geven, alles te maken heeft met het oeroude instinct om te kunnen overleven. Als je in die oertijd moest overgeven, was dit zeker weten foute boel en betekende het hoogstwaarschijnlijk dat je niet meer lang te leven had.

We mogen dus accepteren dat onze angsten een onderdeel zijn van onze biologische erfenis. Het is geen persoonlijke tekortkoming waar we ons voor moeten schamen of ons schuldig over moeten voelen. En ondanks dat we er dus vaak al mee zijn geboren, hoeven deze angsten ons niet in hun greep te houden! We kunnen er iets aan doen, vooral wanneer ze duidelijk buiten proportioneel zijn ten opzichte van werkelijke dreiging. We kunnen leren minder bang te zijn. Dit zie je alleen al aan het feit dat we als kind vaak bepaalde angsten hadden, die we nu als volwassene al lang vergeten zijn. We kunnen dus leren ermee omgaan zodanig dat het gevoel van gevaar kan verdwijnen! Gelukkig maar!

 

Angst en paniek; de werking van ons brein

Ons brein bestaat uit drie sub-breinen die elk hun eigen rol spelen in onze overleving en reacties. Het oudste deel, het reptielenbrein, regelt basale vitale functies zoals ademhaling en hartslag. Het daaropvolgende zoogdierenbrein, oftewel het limbisch systeem, koppelt emoties aan gebeurtenissen en speelt een rol in herinneringen en sociale verbindingen.

Het nieuwste en meest complexe deel, het mensenbrein oftewel de neocortex, is verantwoordelijk voor hogere hersenfuncties zoals probleemoplossing, besluitvorming en creativiteit. Deze breinen werken soms samen, maar kunnen ook concurreren, wat leidt tot conflicterende reacties, vooral wanneer ons oerbrein wordt geactiveerd door primitieve drijfveren zoals angst en honger.

 

De amygdala, gelegen diep in het limbisch systeem, speelt een cruciale rol in het activeren van ons angstmechanisme. Wanneer we geconfronteerd worden met een bedreigende situatie, identificeert de amygdala snel het gevaar en activeert onmiddellijk de ‘vecht-of-vlucht’-reactie. Dit gebeurt door het vrijgeven van stresshormonen zoals adrenaline en cortisol, die het lichaam voorbereiden op actie. Deze reactie is razendsnel en vaak onbewust, waardoor we kunnen reageren nog voordat de neocortex de situatie rationeel heeft geanalyseerd. Dit snelle, instinctieve responsmechanisme, hoewel essentieel voor overleving in gevaarlijke situaties, kan ook onnodig worden geactiveerd in niet-gevaarlijke omstandigheden, wat leidt tot overdreven angstreacties zoals paniekaanvallen of irrationele angsten.

Wil je meer lezen over de werking van deze drie sub-breinen? Open dan de bijlage!

BEKIJK ALLE Voeg notitie toe
JIJ
Plaats een opmerking
 
© 2026 STOP jouw angst - Powered by Maatos